abraxas warkruid

By

Warkruid

In de Jaren zeventig van de vorige eeuw werkte ik als jeugdherbergassistent in een jeugdherberg met de mooie naam De Zwerfsteen, in afwachting van het verplicht moeten komen opdraven voor de zitting van de commissie die mijn weigering van het vervullen van de militaire dienstplicht moest beoordelen. En ja, ik ben door die commissie erkend als dienstweigeraar. Zoiets lijkt me plots weer akelig actueel te worden nu de hele wereld voor de zoveelste moedeloos makende keer wordt meegesleept in de overtreding van het gij zult niet doden. Voor olie en financieel gewin lijkt dit plots verantwoord te zijn. Hoe gemakkelijk wordt een mens een ding.

Het was de tijd van de Vietnamoorlog, van de nadagen van de flowerpower. NewAge was aardig aan het doordringen. Erich von Däniken, Pauwels en Bergier. Het tijdschrift Bres. Simon Vinkenoog. Robert Jasper Grootveld. Eveneens de tijd van de jongerensocieteiten, in Emmen en omstreken Tin Pan Alley, Octopus, Boogie Bar. In Tin Pan Alley zag ik lief voor het eerst, kort. Ze was samen met een vriendin. Jaren later kwam ik haar tegen op een terras op de Grote Markt in Groningen, en vandaar stuurde het leven ons naar elkaar toe.

 Toen ik in de jeugdherberg werkte was er in Roden een jongerensoos die Abraxas heette. Abraxas, een klinkende naam in die tijd, van o.a. een lp van Carlos Santana, maar ook uit een roman van Herman Hesse: Demian. Abraxas, de God boven God. De lp moet ik nog ergens hebben.

Ik wou toentertijd die soos bezoeken, maar zat in een vreemde verlamming een half uur voor de ingang. Ik ging niet naar binnen toen, ik weet niet waarom, waarschijnlijk de angst voor onbekende gezichten en de indruk die Hesse samen met mijn fantasie had achtergelaten. Nu sta ik nog steeds, of opnieuw, op die drempel.

Het is allemaal een droom, een herinnering. En wij die ons leven leven doen dat volgens het dictaat van de herinnering van de mensen die ons voorgingen. En dit schrijfsel is enkel een weerslag van de herinnering van een van die miljoenen mensen. Waar is hier de uitgang? Bestaat die überhaupt wel, of is het enkel als in Hotel California van The Eagles: you can check out any time you want, but you can never leave. Op een tentoonstelling zag ik ooit een schilderij met de treffende titel Trapped On Planet Earth. Het herinnert me ook aan de serie From, waar mensen stranden in een dorp dat ze niet meer kunnen verlaten.

Waarschijnlijk is dit alles geïnspireerd op een oerangst van ons: de enige uitweg is de dood. In Jesus Christ Superstar: to conquer death you only have to die. Het denken helpt je niet naar buiten. Daarvoor heb je je hart, in deze krankzinnige tijd nauwelijks hoorbaar, nauwelijks verneembaar, verloren als we zijn in dit reactieve circus. En nee, je hart, dat moet jezelf vinden, dat kan niemand voor je doen. In de wereld van de kunsten lijkt alles wel een bezwering tegen de dood.

Tot zover het web van mijn geheugen waarin ik als spin regelmatig zelf ook verstrikt raak in mijn zelfgesponnen web, verkleefd met de plakkende draden die ik zou moeten kunnen herkennen en vermijden.

Al die wondere associaties, al die wondere gedachten. Ze leiden tot niets. Er is nog steeds geen Jezus veranderd. Vrijheid wordt nog steeds verward met lekker kunnen doen wat je wilt. Vandaar onze gevangenschap.

Posted In ,

Plaats een reactie